Laten we even een harde noot kraken. Kunt u noten lezen? Ik bedoel het muziekschrift?

Wel, dan behoort u tot een bevoorrechte groep.

Wordt een zanger die in de vijf lijnen van de notenbalk verdwaald dit noodlottig? En bestaat er trouwens wel een term om een persoon met deze beperking aan te duiden?

Voor de onwetende zanger is een partituur één groot avontuur. Het is alsof hij op reis gaat door een land met Chinees of Arabisch schrift. Hij gaapt de reclameborden aan en doet verwoede pogingen om terugkerende patronen in de tekens te herkennen. Hij verkeert eigenlijk in een noodsituatie en is erg hulpeloos.

Gaandeweg heeft hij toch een aantal zaken uit dat “geheimschrift” opgepikt. Zo heeft hij ontdekt dat noten met de stok onder “hoog” gaan en die met de stok boven “laag” kunnen. En met stokjes waaraan vlaggetjes zitten, wordt het meestal een vrolijke boel. De grote open noten blijken een blok aan het been en worden langer aangehouden.

Wat moet het heerlijk zijn om een blad met muziek in de handen gedrukt te krijgen en vervolgens alle tonen in het hoofd te kunnen voorstellen of wel direct te zingen.

Als de nood aan de man komt dan is daar gelukkig onze dirigent. Hij helpt de “blinde zangers” uit de nood. Hij heeft veel noten op zijn zang en speelt met gemak een toonladdertje voor. Of een passage uit een partituur. Zangers die “blind” zijn, maken van de nood een deugd en compenseren met de andere zintuigen of een goed geheugen. Om zuiver te zingen, is het notenlezen geen noodzaak.

Tijdens de repetities krijgen we van Bram muziekwetenschap in een notendop. Bij Dindirindin schakelen we tussen passages met een “driekwarts” en een “tweekwartsmaat”. Bij Durme zijn de noten zuiver, maar struikelen we weer over de tekst.

Bram gaat verder in “D” en belandt bij Da pacem domine. Bij dit lied volgt een lesje “dynamisch zingen”. We zetten accenten en maken crescendo’s en laten die volgen door decrescendo’s. Dan slaat het noodlot toe. Bram laat ons  Down by the Salley Gardens “a capella” en zonder bladmuziek zingen. De Encorianen verspreiden zich over de ruimte en als de nood het hoogst is, lopen we zingend richting de nooduitgang en bereiken we nog net op tijd de koffie. Het onthouden van de tekst van dit lied lukt met een ezelsbruggetje. Na “tree” rijmt “agree”, enzovoort.

Zodra de pauze voorbij is, beginnen we met een noodgang aan het nieuwe lied Non nobis domine. Bram lepelt de eerste delen op de bekende wijze in. Dan luidt hij plotseling de noodklok. In de partituur blijken een aantal noten verdwaald. Nood breekt wet en we mogen de notenbalk aanpassen. Deze noodoplossing is wel lastig voor degene met weinig kennis van zaken.

Met That’s amore sluiten we de repetitie af. De tweede stem laat het afweten en het lied klinkt nog niet zoals het hoort. Voor Bram geen reden om aan de noodrem te trekken. Hij zag dat menig zanger genoot.

Mocht u ook van zingen houden en in hoge nood verkeren, dan mag u best met ons meezingen. U bent genood.