Na een korte ontspanningsoefening volgt een ademhalingsoefening. Wat precies de oorzaak is, blijft onduidelijk, maar van eensgezind sissen is geen sprake. Onze dirigent geeft niet snel op en knipt de oefening in twee stukken. Stapsgewijs krijgt Encore het toch voor elkaar. De toonladder lijkt verdacht veel op de wijs van Boer daar ligt een kip in het water. We zingen niet, maar neuriën met een denkbeeldige hete aardappel in de mond. Dat geeft een bijzonder effect.

Na een feestelijk “alleluja” dat heel hoog en heel laag gaat, zoemt Bram twee tonen voor. Met het aanstaande carnaval voor de deur klinkt dat als “alaaf”. Het blijken echter de twee eerste noten van Tonight uit “West Side Story” te zijn. Zonder boek en een beetje weifelend met de tekst klinkt dit lied zuiver als maar kan. Bram kijkt tevreden en Encore is stiekem een beetje trots.

Na een week “oefenen” zijn we benieuwd wat er nog van Da pacem domine terechtkomt. Het resultaat valt reuze mee. Maar Bram is kritisch en zet de punten op de i. We worden “a capella” aan de tand gevoeld en moeten de klinkers aanhouden en niet sissen als een leeglopende band.

Vanaf maat achttien wordt flink aangepakt. Encore zakt nog een beetje. Met ondersteuning van de piano lukt het beter en Bram constateert dat we na twee weken nu het hele stuk zingen. Onze dirigent is een echte optimist!  

Bij Dindirindin vraagt Bram met klem niet in de tekst te kijken, want de eerste regel is bekend. Beter is het om de bewegingen van de dirigent te volgen. De coupletten worden flink doorgezongen en we blijken bij elke couplet en nootje lager uit te komen. Bij het slot zijn we diep gezakt. Het schaamrood staat ons op de kaken. Nog een laatste keer zingen we dit lied “a capella”.

Het lieflijke slaapliedje Durme wordt opgevolgd door het Veni Jesu. Beide liederen klinken fraai, al mist er iets bij het voor laatste “amor mi”. Bram merkt het wel op, maar kan niet lokaliseren welke partij het laat afweten. De bassen weten wel beter.

Voordat we aan de koffie gaan, zingen we met veel dynamiek Somewhere. Na de pauze stuntelen we met Non nobis domine. We hebben een hele week om weer te oefenen en het wordt vast nog mooier. En dan zijn we bij That’s amore. Vorige week leek het nog nergens op, maar nu gaan we het weer proberen. Omdat we in de eerste regel al een kwart toon zakken, besteedt Bram veel aandacht aan het intro.  Het blijkt weer een kwestie van een lange adem te zijn. De bassen leren de tweede stem en uiteindelijk zingen we het hele lied.

Met I feel pretty als uitsmijter luiden we de vakantie in. Tja, de krokussen staan al boven het gras en er bloeien ook al narcissen.