Nog voordat de repetitie begint, zit de stemming er al goed in. Onze dirigent, Bram, speelt heel virtuoos Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben … Dat komt mogelijk, omdat er ook vanavond weer een zanger terugkeert na het lange COVID-reces. Een mooier welkom is dan nauwelijks voorstelbaar. Maar al snel haalt onze dirigent Encore bij de les. Hij zet in met een toonladder C-kleine terts. Het koor zet de eerste twee noten goed in en slaat vervolgens bij de derde noot verkeerd af. Bram legt uit dat we wel mooi zingen, maar dat we meer een toonladder C-grote terts zingen. En vervolgens legt hij geduldig het verschil uit. Met de opgedane kennis blijkt Encore in staat om de juiste toonladder alsnog uit te voeren. En vervolgens doet Bram er dan ook nog twee scheppen bovenop. Hij breidt de toonladder verder uit. Eerst met “hahaha” en een heel vrolijk Cumbaja” en daarna met de zin “Heel ingetogen en sober zingen wij samen in oktober”. Voor het gemak krijgen we deze warming-up-oefening op papier uitgereikt.

Hoewel we nog druk zijn om ons repertoire weer onder de knie te krijgen, hebben we toch al zicht op twee kerstoptredens. Het is daarom niet vreemd, dat na elk gezongen lied wordt beoordeeld of het ook voor dat moment geschikt is. Het eerste lied van vanavond is Sonntagsmorgen van Felix Mendelssohn. Na twee regels slaat de dirigent af. Dat de piano vals is, weten we allemaal, maar nu ging er ook iets bij de sopranen mis. Een herstart volgt en met iets meer aandacht voor de dynamiek klinkt dit lied klinkt als vanouds. Bij Veni jesu blijken de tenoren niet de juiste toon te pakken. Bram werkt aan de zuiverheid en plaatst de hoge stemmen aan de ene kant en de lage stemmen aan de andere kant van de zaal. En dan is het een kwestie van elkaar toezingen. Volgens Bram is de tekst niet al te moeilijk, dus de bladmuziek kan ook wel even weg. En dan gaan we “individueel zingen”, dat wil zeggen dat alle sopranen, tenoren, alten en bassen door elkaar staan. Nu is het belangrijk om de eigen partij te kennen en goed te luisteren naar elkaar. En Encore kan dat.

De spanning stijgt als we in de gebruikelijke opstelling The Pasture gaan zingen. Bram is blij verrast, als hij hoort hoeveel we al kennen. Wel klinkt het halfzacht. Onze dirigent vindt, dat we meer aandacht moeten geven aan de crescendo’s en de-crescendo’s. Moeten, want Bram heeft zo zijn best gedaan op het schijven van de muziek. Het is echt een stemmig lied.

Dan zingen we het Ave Maria van Andreas Mussner. Dat doen we zonder soliste en na een korte partij-repetitie om hier en daar wat op te frissen. Na de koffiepauze pakt Bram de draad weer op met het tweede deel. We lopen dan tegen wat hiaten aan, die Bram vakkundig wegpoetst. En als een soort pauzenummer leert Bram de sopranen de solopartij even tussendoor aan. Tot slot zingen we het Ave Maria helemaal en vinden dit lied eigenlijk ook wel passen bij een kerstconcert.

Na al dat oefenen wordt het tijd om nog even lekker iets uit het repertoire te zingen. Dat wordt The Apple, maar wel in een snelle uitvoering. Vervolgens zwijmelen we bij Sunrise Sunset uit Anatevka. Hoewel Bram To life al speelt komen we toch uit bij Tourdion, het meest bijzondere lied uit de koormap. De tekst is geen probleem, het enthousiasme is groot, maar eerlijk is eerlijk. Het klinkt bezopen. Dat is voor een drinklied niet verkeerd.